Achtergrond
Soorten introduceren
Structuur

Herstel van de biodiversiteit is een oplossing voor meerdere problemen. Een hogere biodiversiteit maakt een bos robuuster en daarmee minder gevoelig voor de gevolgen van klimaatverandering. Mits goed gekozen, verbetert een biodivers bos ook de bodem.

Het is dan van belang om boom- of struiksoorten te introduceren met rijk strooisel (zoals lindes, esdoorns, haagbeuk en zwarte els) zodat de nutriëntenpomp herstelt [link]. Deze soorten verbeteren op termijn de bodem waardoor voedingsstoffen voor het hele bos beschikbaar komen. Zo wordt het bos geschikt voor meer soorten andere planten en dieren. Dit is wel een proces van de lange adem: een spontane ontwikkeling naar complexe structuurrijke gemengde bossen vraagt meerdere boomgeneraties. Bij herstel van de biodiversiteit moet ook de biodiversiteit van de bodem (macrofauna, mesofauna en microfauna) niet vergeten worden. Deze profiteren ook direct van een rijkere bodem.

Structuur bevordert ook de biodiversiteit. Dat gaat over gelaagdheid (de bomen, struiken, planten en mossen), die volgt uit de hiervoor beschreven introductie van verschillende soorten.

Daarnaast bestaat een structuurrijk bos uit een voldoende aanwezigheid van oude en aftakelende bomen. Veel soorten schimmels en dieren zijn afhankelijk van aftakelend en dood hout. Een manier om de verschillende fasen, en met name de aftakelingsfase, in uw bos te krijgen, is het realiseren van een zogenoemd habitat-netwerk.

Gerelateerd aan deze oplossing: