Ontstaan
Het probleem

Vochtige bossen kennen een invloed van (grond)water en kenmerken zich door wisselende waterstanden. Zij verschillen van droge bossen die niet onder invloed staan van water en natte bossen waar de waterstand altijd hoog is. Vochtige bossen zijn meestal niet langdurig nat, maar drogen in de zomer zelden sterk uit. In de winter zijn de grondwater hoog – soms tot boven het maaiveld. ’s Zomers zit het water dieper. Onder invloed van het grondwater heeft zich een dikke humusrijke en basenrijke bosbodem ontwikkeld. In dit bijzondere habitat leven vele kenmerkende soorten planten, dieren en paddenstoelen.

 

Ontstaan van verdroging

In het verleden zijn in veel vochtige bossen greppels en rabatten gegraven. Greppels voeren neerslag snel af, waardoor het grondwater niet (altijd) meer stijgt tot de wortelzone. Ook andere ingrepen in de waterhuishouding, zoals het onttrekken van grondwater voor drinkwater en de landbouw, het kanaliseren van beken en de ontginning van andere natte gronden, hebben geleid tot dalende grondwaterstanden. Als de grondwaterstand daalt, verdroogt het bos. De kenmerkende soorten afhankelijk van een vochtig microklimaat verdwijnen dan.

Door verdroging kan de grondwaterstand in vochtige bossen in de zomer flink wegzakken, waardoor grondwaterafhankelijke vegetatie nauwelijks meer voorkomt in deze bossen. Ook de mos- en de mycoflora verandert door verdroging. Het grootste effect is waarschijnlijk zichtbaar in de boomlaag, omdat bomen dieper wortelen. Het aantal bomen van nattere bodems zal afnemen als gevolg van verdroging. Denk hierbij aan soorten als haagbeuk, zachte berk, zwarte els, boswilg en ratelpopulier.

 

Reliëfverschillen in vochtige bossen zorgen voor een verscheidenheid aan gradiënten in bijvoorbeeld vochtvoorziening, nutriëntenbeschikbaarheid en strooiselafbraak. Deze afwisseling in verschillende omstandigheden leidt tot een hogere biodiversiteit. Als vochtige bossen verdrogen, verdwijnen deze gradiënten en de hier aan gebonden biodiversiteit.

 

Verzuring door verdroging

Verdroging leidt dus tot soortenverandering. Maar de boomsoorten van vochtige bossen zijn ook overwegend boomsoorten met goed afbreekbaar strooisel. Als die soorten verdwijnen heeft dat dus gevolgen voor de strooiselkwaliteit. Strooisel hoopt zich op, waardoor bodems verzuren. Ook de verdroging zelf zal verzuring tot gevolg hebben, waardoor strooisel minder goed afbreekt. Dit verloop via twee mechanismen. Als de grondwaterstand zakt, komen diepere bodemlagen die normaal onder water liggen in contact met zuurstof. Deze gaan dan oxideren waarbij zuren vrij komen. Daarnaast blijven de bovenste bodemlagen verstoken van grondwater, dat normaal door de aanvoer van basen een bufferend effect heeft tegen zuren.

 

Vermesting door verdroging

Doordat natte, zuurstofloze condities verdwijnen in dieper bodemlagen, kan nitraat niet meer worden omgezet in gasvormig stikstof. Fosfaat wordt normaal gebonden aan ijzer of calcium dat met het grondwater meekomt. Verdroging leidt daarom ook tot vermesting, doordat stikstof en fosfaten in hogere mate beschikbaar zijn.

Gerelateerd aan dit probleem:

Oplossingen

Oplossingen voor verdroging

> Veerkracht t.a.v. klimaat
> Herstel waterhuishouding

Publicaties

Zoek in onze uitgebreide database

Zoeken in publicaties