Horizontale structuur
Verticale structuur

Van open fase tot dood hout

De horizontale structuur verwijst naar het vóórkomen van verschillende ontwikkelingsfasen naast elkaar in het bos. In een natuurlijk volwassen bos komen de bosontwikkelingsfasen kleinschalig, in mozaïekvorm naast elkaar voor: open fase, jonge fase, dichte fase, boomfase en de vervalfase. Elke fase heeft zijn eigen specifieke flora en fauna, en veel dieren hebben verschillende fasen nodig voor een deel van hun activiteiten. Een structuurrijk bos is een biodivers bos.

Ontbreken van fases

Onze huidige bossen missen een deel van die structuur. De open en jonge fase blijven achter, omdat er weinig aan verjongingskap wordt gedaan. De vervalfase, met het daarbij behorende dood hout, ontbreekt omdat de bossen nog niet oud zijn. Hoewel de hoeveelheid dood hout de laatste 15 jaar is toegenomen van 4 m3 per hectare naar 11 m3 per hectare, komt dat voornamelijk voor rekening van dun dood hout. Een vervalfase met dikke (dode) bomen, daarbij behorende boomholten en dood hout van grote afmetingen ontbreekt. Een groot aantal schimmel-, insecten- en mossoorten is direct afhankelijk van de aanwezigheid van dood hout met grote afmetingen als voedselbron of groeiplaats.

Te grote schaal

De dichte fase en boomfase domineren het huidige bosbeeld, vaak in grootschalige structuren. Dit komt doordat veel van die opstanden vlaktegewijs als gelijkjarige monocultuur zijn aangelegd. Kleinschalige structuurvorming komt op gang door natuurlijke processen zoals het afsterven van oude bomen en windworp. Deze komen op dit moment nauwelijks voor in onze bossen.

Van mossen tot bomen

De verticale structuur gaat over de gelaagdheid van het bos. Te onderscheiden zijn de boomlaag, struiklaag, kruidlaag en moslaag. Een gelaagd bos biedt meer ecologische niches en een grotere soortenrijkdom dan ongelaagde bossen. Vooral de onderetage van de boomlaag en de struiklaag spelen hierin een belangrijke rol. Ze versterken het bosklimaat, verhogen de soortenrijkdom, beschermen de bodem en bepalen de mate van lichtinval op de bodem die in sterke mate weer de samenstelling van de kruid- en moslaag bepaald.

Wat bepaalt verticale structuur?

De gelaagdheid is deels afhankelijk van de voedselrijkdom van de bodem. Rijke bossen zijn zeer complex met meerdere boom- en struiklagen en een kruid- en moslaag. In de armste bossen is vaak niet meer dan een ijle boomlaag met een kruid- of moslaag te onderscheiden. Daarnaast is het bosbeheer van invloed: door groepenkap en een gelijkjarige, soortenarme aanplant zonder soorten uit de struiklaag, verarmt de structuur van het bos. In oudere wordende dennenbossen zijn soms al processen van spontane bosontwikkeling te vinden. Onder en naast de dennen ontwikkelt zich dan een struiklaag en een tweede boomlaag.

Weinig diversiteit

De spontaan ontwikkelde struiklaag en tweede boomlaag bestaan vaak maar uit een beperkt aantal soorten zoals sporkehout, Amerikaanse vogelkers, lijsterbes en verjonging van de voorkomende boomsoorten. Invasieve exoten als Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik kunnen soms totaal overheersen. De kruidlaag is soortenarm en ook hier treed vaak dominantie op van een bepaalde soort zoals adelaarsvaren, blauwe bosbes, gewone braam, bochtige smele of pijpestrootje.

Gerelateerd aan dit probleem:

Oplossingen

Oplossing voor weinig structuur

> Bosbeheer

Publicaties

Zoek in onze uitgebreide database

Zoeken in publicaties